Het is vandaag precies 390 jaar geleden dat Hugo de Groot met een boekenkist ontsnapte uit Slot Loevestein. Deze befaamde Nederlander speelt momenteel een rol in ons huishouden. Afgelopen weekend stond huisgenoot R. in de tuin te zagen en vroeg ik hem: “Wat maak je?”
“Een boekenkist,” zei hij. Niet een boekenkist, maar dè boekenkist. Of preciezer gezegd: de contouren van dè boekenkist.
Geschiedenis in levende lijve
Vanaf juni zit Hugo de Groot in de serie ‘Geschiedenis in levende lijve’ van Erfgoedhuis Zuid-Holland. In deze serie komen figuren uit de canon tot leven en bezoeken ze basisscholen in Zuid-Holland. Enkele maanden geleden leverde ik de Hugo de Groot-monoloog af bij huisgenoot R. die nu als regisseur bezig is de tekst in te studeren met acteur Rob Hertog. Eerder was Willem van Oranje aan de beurt en die monoloog is al meer dan honderd keer gespeeld op basisscholen in de provincie. De kinderen vinden het geweldig om een historische figuur in de klas te ontvangen.
Omdat acteur en regisseur zich afvroegen hoe groot de boekenkist was waarin Hugo de Groot zich liet vervoeren, kochten ze latten en spaanplaat bij de Hubo en wordt in onze achtertuin het frame van de kist in elkaar getimmerd. En ik kan nu al verklappen: de kist is kleiner dan je denkt.
Hugo de Groot en Libië
Ook de vraag ‘Wat zou Hugo de Groot vinden van een militaire interventie in Libië?’ kwam de afgelopen week aan de orde. Geen eenvoudige vraag. Hugo de Groot heeft in zijn ‘Over het recht van oorlog en vrede’ de basis gelegd voor het hedendaagse volkenrecht, maar ik weet niet of hij een oplossing had geweten voor het dilemma: moet je een volk beschermen tegen een dictator of mag je je niet bemoeien met binnenlandse aangelegenheden. Aan de andere kant: hij had heel vastomlijnde ideeën over de rechten van de mens, die hij zelfs beschouwde als natuurrechten. En dan kun je zeggen: Omdat Khadaffi de rechten van zijn onderdanen schendt, mag de VN ingrijpen.
Tragiek
Na een reis van twee uur arriveerde Hugo de Groot op 22 maart 1621 in Gorinchem en kon hij opgelucht ademhalen. Maar een leven in vrijheid in eigen land was hem niet gegund. Hij woonde als banneling jarenlang in Parijs, als ambassadeur van Zweden. In 1645 stierf hij in de noord-Duitse stad Rostock, na een barre tocht per schip over de Oostzee.
Er zit iets tragisch in de man. Een wonderkind dat door omstandigheden nooit tot volle bloei heeft kunnen komen. Hij verlangde er zo naar een groot geleerde zijn, maar moest in Parijs het ondankbare vak van diplomaat van Zweden uitoefenen omdat hij niet op een andere manier aan de kost kon komen.
Voor een toneelschrijver is tragiek natuurlijk een heerlijk gegeven. Een soepel verlopen leven biedt weinig stof voor een toneelstuk. We hebben conflict nodig!
dinsdag 22 maart 2011
vrijdag 4 maart 2011
Etje’s Little India
Mijn nichtje is acht jaar oud en woont op een boerderij in het oosten van Nederland. Als ze in Rotterdam is, doen we er alles aan om plekken te vinden die er op het platteland niet zijn. Etjes Little India in de Vierambachtsstraat bijvoorbeeld. Een winkel met gekleurd plastic wegwerpservies voor feesten, veel hindoebeelden, bloemenslingers, dozen vol rinkelarmbanden, meditatie- en muziekcd’s en alle mogelijke soorten wierook. Bijna alles komt uit India, de klandizie bestaat voor een belangrijk deel uit Hindoestaanse Surinamers. Maar ook anderen weten de winkel te vinden, vertelt de eigenaar: “Ik heb allerlei soorten wierook, en dus komen er heel verschillende mensen hier.” Hij koopt zijn spullen in via de groothandel, soms direct in India en hij merkt dat de prijzen daar stijgen. De economie in India groeit, de koers van de Indiase rupee stijgt en steeds meer Indiers kunnen een redelijk bestaan opbouwen. En zo gaan ook de prijzen in de Vierambachtsstraat omhoog. Etjes Little India is opgenomen in de wereldeconomie. Toch zegt de eigenaar dat hij meer last heeft van de stijgende kosten in Nederland: “Huur, gas en licht, gemeentelijke heffingen, het draaiend houden van zo’n winkel kost steeds meer geld. Personeel aannemen zit er niet in.”
Nichtje staat ondertussen te dansen tussen de schappen – beweegt haar hoofd van de ene naar de andere schouder en dwarrelt met haar hand voor haar ogen. Heeft ze ooit een Bollywoodfilm gezien? Welnee, maar die muziek kent ze wel van streetdance. Iedere vrijdagavond in een zaaltje in Goor.
Nichtje staat ondertussen te dansen tussen de schappen – beweegt haar hoofd van de ene naar de andere schouder en dwarrelt met haar hand voor haar ogen. Heeft ze ooit een Bollywoodfilm gezien? Welnee, maar die muziek kent ze wel van streetdance. Iedere vrijdagavond in een zaaltje in Goor.
woensdag 16 februari 2011
Schrijven over je leven, hoe doe je dat?
We houden van verhalen en we zijn ervan overtuigd dat verhalen binden. Dankzij verhalen voelen mensen zich verbonden met hun verleden, met hun wijk of met hun bedrijf. We graven graag verhalen op en zoeken naar geschikte vormen om ze aan anderen te vertellen of te vertonen. Daarom zijn we nu bezig een aanbod te maken voor bedrijven waarbij de medewerkers onderzoek doen en hun persoonlijke verhalen over het bedrijf opschrijven om zo een alternatieve bedrijfsgeschiedenis op te stellen.
Willy is niet alleen schrijfster, maar ook schrijfdocente, met een passie voor levensverhalen. In die hoedanigheid gaf ze in januari een serie workshops ‘Schrijven over je leven, hoe doe je dat?’ in bibliotheekfilialen in verschillende deelgemeenten. De workshops waren een initiatief van de Bibliotheek Rotterdam en de SKVR-Schrijversschool, in het kader van het thema van de Boekenweek (16 t/m 26 maart): ‘Curriculum Vitae – geschreven portretten’.
Hoe doe je dat dan, schrijven over je leven? Hieronder geeft Willy enkele tips.
Tips
Schrijven over je leven, hoe doe je dat? Tip 1: maak het niet te ingewikkeld. Het is helemaal niet de bedoeling dat je je hele levensverhaal op papier zet, beginnend bij je geboorte, en eindigend in het heden. Iedereen zit vol herinneringen, vol kleine verhalen. En om die kleine verhalen gaat het. Je kunt ze zien als stukjes uit een grote puzzel of als lapjes van een grote lappendeken.
Cursisten zeggen vaak: “Ik heb heel veel te vertellen, maar ik weet niet waar ik moet beginnen.” Tip 2: Begin gewoon maar ergens, het maakt niet uit waar. Schrijf over die keer dat je een dropje stal bij de kruidenier, over die keer dat je op school de klas uit werd gestuurd terwijl je niets had gedaan. Schrijf over je hartsvriendin, over de bal die bij de buren in de tuin terecht kwam, over een logeerpartij bij je oom en tante.
Cursisten zeggen vaak: “Ik heb heel veel te vertellen, maar ik weet niet waar ik moet beginnen.” Tip 2: Begin gewoon maar ergens, het maakt niet uit waar. Schrijf over die keer dat je een dropje stal bij de kruidenier, over die keer dat je op school de klas uit werd gestuurd terwijl je niets had gedaan. Schrijf over je hartsvriendin, over de bal die bij de buren in de tuin terecht kwam, over een logeerpartij bij je oom en tante.
In je eentje schrijven kan moeilijk zijn, maar wie deelneemt aan een schrijfcursus krijgt allerlei onderwerpen aangereikt om over te schrijven en raakt geïnspireerd door de teksten van anderen. In de workshops in de bibliotheekfilialen hebben de deelnemers bijvoorbeeld geschreven over hun naam, aan de hand van vragen als: naar wie ben je vernoemd? wat betekent je naam? wat zegt je naam over jezelf? heb je ooit bijnamen gehad? heb je ooit je naam veranderd?
Al deze kleine verhalen samen geven een beeld van het bonte geheel dat jouw leven is.
Willy geeft cursussen ‘Schrijven over je leven’ in haar eigen Schrijfatelier Vredehof.
maandag 24 januari 2011
Eind jaren zestig werd alles anders, ook de dagelijkse boodschappen
Mijn ouders trouwden in december 1963. Allebei waren ze opgegroeid op het platteland, op een boerderij. Mijn moeder zegde haar baan op als hoofd van de keuken in een verzorgingshuis en regelde voortaan alleen nog haar eigen tweepersoons-huishouding in Steenwijk. Ik moest daar aan denken toen ik in een artikel las over Albert Heijn – en hoe handig de supermarktketen inspeelde op de veranderingen in naoorlogs Nederland (Hubert Smeets in NRC, 14 januari 2011).
Wijn
Vanaf 1963 werd de zaterdag een vrije dag, gingen kinderen veel vaker studeren en werd het steeds gewoner om de vakantie in het buitenland door te brengen. Zo kwam ook de camembert uit Frankrijk, de sherry en Rioja uit Spanje en Italiaanse spaghetti de supermarkt in. De oude standsverschillen tussen arbeiders, boeren en buitenlui verdwenen, net zoals de grootste verschillen tussen stad en platteland. Winkelcentra kwamen als paddenstoelen de grond uit en AH wist zich in de meeste daarvan een plek te veroveren.
De welvaart nam dus enorm toe na 1963. En daardoor veranderde het dagelijkse eten en drinken van veel Nederlanders. “Bij ons op de boerderij werd er nooit veel gedronken, eigenlijk alleen met feestdagen en verjaardagen en soms als er geslacht of verhandeld werd," zegt mijn moeder. "Toen we trouwden gaf oma ons een fles port en een fles sherry mee voor in de voorraadkast. Dat hoort er ook bij, zei ze. We deden er heel lang mee.” Nu drinken mijn ouders bijna elke dag een glas wijn.
Verse groente
Kookte mijn moeder anders dan haar moeder? “Oma kookte ook al goed, modern. Ze was daarvoor op cursus geweest in Emmen.. Traditioneel eten zoals bonen, spek en peulvruchten kregen we niet vaak. Ze liet de groente ook niet urenlang op het fornuis staan zoals veel mensen deden. We aten soms al macaroni en ze kookte veel verse groente die ze zelf verbouwde. Nieuw-Zeelandse spinazie bijvoorbeeld, dat groeide door als je het plukte. Daar experimenteerde ze dan mee.”
In Steenwijk werden de meeste boodschappen nog thuis gebracht. De melkboer kwam dagelijks langs, net zoals de bakker. “Je kende elkaar goed. Ik herinner me dat de bakker langskwam en jij als klein meisje snel naar binnen glipte. ‘Dat doet ze omdat ik haar net een standje heb gegeven. Ze liep aan de overkant van de straat en dat mag vast niet’, zei hij.” In 1964 werd de eerste supermarkt geopend in Steenwijk: een Sparwinkel. “Daar werden we ook klant. We gingen niet weg bij de bakker en de melkboer, maar haalden ook wel dingen bij de Spar. Ik vond dat leuk omdat het nieuw was.”
Internationaal
Albert Heijn heeft er – mede dankzij het huisblad Allerhande voor gezorgd dat de Hollandse keuken veel internationaler werd. Maar bij ons thuis veranderde er niet zoveel. Nieuw was dat we kip van de grill aten en verse vis: altijd op donderdag, als er markt was. Verder aten we macaroni met ui, tomaten en boterhamworst, stamppotten, kapucijners met spek en zilveruitjes, een karbonaadje met sperziebonen, zuurkoolschotel, rode kool met een gehaktbal. Misschien kwam dat omdat we nooit in de buurt van een Albert Heijn woonden. We gingen ook niet ver weg op vakantie. “Die lange ritten met kinderen vonden we niks. En het maakte jullie niet uit of je op de Havelterberg of in Spanje was,” zegt mijn moeder.
Nadat mijn zus en ik uit huis waren zijn mijn ouders wel gaan reizen, met als doel zo snel mogelijk veel van de wereld te zien. In de supermarkten zijn pakjes met smaken uit verre landen een vast onderdeel van het assortiment geworden. Langzamerhand veranderde daarmee ook het eten thuis. (MB)
Voor Reflex hebben we de lessenserie ‘Rotterdam Was’ gemaakt. Een van de lessen gaat over de veranderingen in de jaren zestig: ontzuiling en emancipatie. Rotterdam was… een hippiestad. Van Annie MG Schmidt tot het Kralingen Popfestival. www.rotterdamwas.nl
Wijn
Vanaf 1963 werd de zaterdag een vrije dag, gingen kinderen veel vaker studeren en werd het steeds gewoner om de vakantie in het buitenland door te brengen. Zo kwam ook de camembert uit Frankrijk, de sherry en Rioja uit Spanje en Italiaanse spaghetti de supermarkt in. De oude standsverschillen tussen arbeiders, boeren en buitenlui verdwenen, net zoals de grootste verschillen tussen stad en platteland. Winkelcentra kwamen als paddenstoelen de grond uit en AH wist zich in de meeste daarvan een plek te veroveren.
De welvaart nam dus enorm toe na 1963. En daardoor veranderde het dagelijkse eten en drinken van veel Nederlanders. “Bij ons op de boerderij werd er nooit veel gedronken, eigenlijk alleen met feestdagen en verjaardagen en soms als er geslacht of verhandeld werd," zegt mijn moeder. "Toen we trouwden gaf oma ons een fles port en een fles sherry mee voor in de voorraadkast. Dat hoort er ook bij, zei ze. We deden er heel lang mee.” Nu drinken mijn ouders bijna elke dag een glas wijn.
Verse groente
Kookte mijn moeder anders dan haar moeder? “Oma kookte ook al goed, modern. Ze was daarvoor op cursus geweest in Emmen.. Traditioneel eten zoals bonen, spek en peulvruchten kregen we niet vaak. Ze liet de groente ook niet urenlang op het fornuis staan zoals veel mensen deden. We aten soms al macaroni en ze kookte veel verse groente die ze zelf verbouwde. Nieuw-Zeelandse spinazie bijvoorbeeld, dat groeide door als je het plukte. Daar experimenteerde ze dan mee.”
In Steenwijk werden de meeste boodschappen nog thuis gebracht. De melkboer kwam dagelijks langs, net zoals de bakker. “Je kende elkaar goed. Ik herinner me dat de bakker langskwam en jij als klein meisje snel naar binnen glipte. ‘Dat doet ze omdat ik haar net een standje heb gegeven. Ze liep aan de overkant van de straat en dat mag vast niet’, zei hij.” In 1964 werd de eerste supermarkt geopend in Steenwijk: een Sparwinkel. “Daar werden we ook klant. We gingen niet weg bij de bakker en de melkboer, maar haalden ook wel dingen bij de Spar. Ik vond dat leuk omdat het nieuw was.”
Internationaal
Albert Heijn heeft er – mede dankzij het huisblad Allerhande voor gezorgd dat de Hollandse keuken veel internationaler werd. Maar bij ons thuis veranderde er niet zoveel. Nieuw was dat we kip van de grill aten en verse vis: altijd op donderdag, als er markt was. Verder aten we macaroni met ui, tomaten en boterhamworst, stamppotten, kapucijners met spek en zilveruitjes, een karbonaadje met sperziebonen, zuurkoolschotel, rode kool met een gehaktbal. Misschien kwam dat omdat we nooit in de buurt van een Albert Heijn woonden. We gingen ook niet ver weg op vakantie. “Die lange ritten met kinderen vonden we niks. En het maakte jullie niet uit of je op de Havelterberg of in Spanje was,” zegt mijn moeder.
Nadat mijn zus en ik uit huis waren zijn mijn ouders wel gaan reizen, met als doel zo snel mogelijk veel van de wereld te zien. In de supermarkten zijn pakjes met smaken uit verre landen een vast onderdeel van het assortiment geworden. Langzamerhand veranderde daarmee ook het eten thuis. (MB)
Voor Reflex hebben we de lessenserie ‘Rotterdam Was’ gemaakt. Een van de lessen gaat over de veranderingen in de jaren zestig: ontzuiling en emancipatie. Rotterdam was… een hippiestad. Van Annie MG Schmidt tot het Kralingen Popfestival. www.rotterdamwas.nl
woensdag 5 januari 2011
Langharig Leeuwarden
Van 1976 tot en met 1978 zat ik op de bovenbouw van de Stedelijke Scholengemeenschap in Leeuwarden. We hadden les in de Grote Kerkstraat, in het pand met de witte gevel waarin vroeger de MMS zat. Vlakbij onze school lag de Prinsentuin, het mooie stadspark dat een prominente rol speelt in de roman ‘De Koperen Tuin’ van Simon Vestdijk.
’s Zomers werden er soms lunchconcerten georganiseerd op het podium bij de vijver, en niets was fijner dan tijdens de schoolpauze daar je boterhammen te eten in het gras.
Het meest enerverende concert dat ik er meemaakte was in augustus 1978. Herman Brood & his Wild Romance traden er op voor het Vara programma Lijn Drie. Het was een warme dag en aan het eind van het optreden stonden Herman Brood en een deel van het publiek in de vijver.
Groot was mijn vreugde toen ik een foto van dit legendarische concert tegenkwam op de tentoonstelling ‘Langharig Leeuwarden’ in het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) dat is gevestigd in een mooi pand vlakbij de Prinsentuin. Met affiches, krantjes en ander -vaak uniek- archiefmateriaal geeft de tentoonstelling een beeld van het leven in Leeuwarden in de roerige jaren zestig en zeventig. Ik woonde van 1974 tot 1978 in de stad, en was net te jong om me echt in het strijdgewoel te storten. Maar het concert van Herman Brood heb ik meegemaakt!
‘Langharig Leeuwarden’ is tot eind september 2011 te zien in het HCL, Groeneweg 1.
Hieronder beelden van het concert.
maandag 22 november 2010
Heimweeliedjes
De meidengroep van buurthuis Basta zoekt heimweeliedjes en bijbehorende verhalen in de Agniesebuurt. Daarmee willen ze een voorstelling en een boekje maken. Sinds een paar weken hebben ze opname-apparaatjes. De eerste liedjes zijn inmiddels opgenomen, met dank aan de dames van de woensdagmiddag-kaartclub. Nu willen ze de buurt in om daar nog meer liedjes op te nemen. Misschien woont u al uw hele leven in de Agniesebuurt en kent u nog een liedje dat u vroeger samen met vriendinnen zong. Of u komt uit Marokko en u zingt weleens liedjes die u vroeger met uw oma zong. De meiden willen die liedjes graag horen en opnemen.
Ze zullen de liedjes opnemen, uitschrijven en vertalen (met hulp van u of van anderen). Ze zullen u ook vragen stellen over vroeger omdat ze graag willen weten waar u die liedjes zong. Maar ook waarom u ze zong en met wie. Heimweeliedjes gaan niet per se over heimwee, maar ze roepen een gevoel van heimwee op. Ze vertellen over hoe het vroeger was in Rotterdam, in Marakech, in Kayseri of in Nickerie. Al die liedjes en verhalen horen net zo goed bij de Agniesebuurt als de winkels in de Teilingerstraat of de bogen van de Hofpleinlijn. Zoals Arie van de Krogt zingt:
Dit is een stad om van te houden/ Dit is een stad die toekomst heeft/ Want, het verleden zit niet in gebouwen/ Maar in het heimwee dat hier leeft...
Wie niet in de Agniesebuurt woont, kan terecht op de facebookpagina van Geschiedenislab. Daar verzamelen we ook heimweeliedjes en dan blijkt dat het een omvangrijk genre is. Willy heeft er een wiegeliedje van haar oma op gezet, Marjan denkt vooral aan een jaren zeventighit die ze een zomer lang op de autoradio hoorde en voor Karin is het de persoon van Freddie Mercury die heimwee oproept naar haar tienerjaren. Maar we blijven het proberen!
Provenierssingel
GeschiedenisLab is gevestigd op de zolderverdieping van dit mooie pand op de hoek van de Provenierssingel en de Proveniersstraat. Een pand met geschiedenis, dat zie je zo.
Op de Rotterdamdag in de Laurenskerk, afgelopen zaterdag, kocht ik het boek ‘Provenierssingel honderd jaar’ van de Vereniging Bewoners Provenierssingel. Natuurlijk stond ons pand er ook in.
Samen met de buurpanden was hier van 1950 tot het begin van de jaren zeventig de stropdassenfabriek Micro gevestigd, van de heer H.H. Michaelis. Oude buurtbewoners schijnen het pand nog steeds de Dassenfabriek te noemen.
Samen met de buurpanden was hier van 1950 tot het begin van de jaren zeventig de stropdassenfabriek Micro gevestigd, van de heer H.H. Michaelis. Oude buurtbewoners schijnen het pand nog steeds de Dassenfabriek te noemen.
Na het vertrek van de Michaelis kwam het pand in handen van een belegger die het jaren leeg liet staan. Een doorn in het oog van de Aktiegroep Provenierswijk, die er in juni 1979 illegaal in trokken en er spreekuur hielden.
Op een foto uit die tijd zien we de kreten ‘Woonhuizen hier. Geen kantoren’ op de muur gekalkt. De acties hebben niet mogen baten, want vanaf de jaren tachtig is het pand een kantoorgebouw. Jarenlang zat de afdeling Rotterdam de FNV er en de stichting Thuiszorg. Momenteel biedt Provenierssingel 66 huisvesting aan meer dan tien bedrijven, waaronder een paar eenpitters. We genieten erg van de rust die de singel ons biedt.
Abonneren op:
Posts (Atom)


