Een paar jaar geleden schreef ik in het kader van het project Geschiedenis in levende lijve een monoloog voor Hugo de Groot. De monoloog speelt zich af op het moment dat De Groot besluit Zweden te verlaten en zich afvraagt waar hij naartoe zal gaan. Bijna drie weken later overlijdt hij in in het Duitse Rostock. Omdat ik deze zomer Rostock bezoek, wil ik natuurlijk graag de plaquette zien die op de muur hangt van het pand waar De Groot is gestorven.
Hotel Sonne
De jongen achter de balie van de Tourist Information op de Universitätsplatz heeft nog nooit van Hugo Grotius gehoord, maar vindt na enig zoeken op internet de juiste straat voor me: Groβe Wasserstraβe. Op de hoek van deze straat en de Neue Markt staat een nieuw gebouw, Hotel Sonne, en op de muur van dit hotel hangt de plaquette. Met daaronder de uitleg dat op deze plek, tot ze werden vernield in de Tweede Wereldoorlog, elf mooie panden stonden waaronder enkele herbergen en brouwerijen. Hugo Grotius, de Nederlandse grondlegger van internationale jurisprudentie stierf in een van hen.
Maar waarom stierf onze grote rechtsgeleerde in deze stad aan de Oostzee?
Banneling
Op 11 augustus 1645 vertrekt Hugo de Groot uit Stockholm. Hij is tien jaar lang in Parijs ambassadeur voor Zweden geweest, maar vindt het genoeg. De Zweedse koningin Christina probeert hem over te halen te blijven. Hij weigert, het Zweedse klimaat bevalt hem helemaal niet. Het liefst wil De Groot terug naar zijn vaderland, maar daar is hij niet welkom. Hij is en blijft een banneling.
Het reisdoel van Hugo de Groot is niet bekend. Wil hij zich bij zijn vrouw Maria voegen die in Spa verblijft of heeft hij besloten toch maar terug te keren naar Parijs? Of is hij met een geheime Zweedse missie op weg naar Münster, zoals Vondel suggereert in een lijkdicht?
Dankzij de brieven die zijn bediende Willem van Crommon over deze reis aan zijn vader schrijft, weten we vrij nauwkeurig wat er tijdens de reis is gebeurd.
Storm
Op 12 augustus verlaat de ertsvaarder waarop De Groot en zijn gevolg zich bevinden de Zweedse haven Dalarö. De volgende dag komt het eiland Öland in zicht, maar het weer verslechtert en in de nacht van 14 op 15 augustus steekt er een storm op die het schip stevig toetakelt. Met één overgebleven mast drijft het schip voor de wind verder naar het oosten. Twee dagen later verhevigt de storm, maar gelukkig is er land in zicht. Het schip bevindt zich dan vlakbij de Poolse stad Łeba. ’s Ochtends waarschuwt de bemanning met een kanonschot de plaatselijke bevolking en als de wind kalmeert worden de opvarenden met een sloep aan land gebracht. Hugo de Groot besluit meteen door te reizen naar Lübeck, een tocht van zeshonderd kilometer. Op 22 augustus bereiken hij en zes dienaren Stettin en op 26 augustus komen ze aan in Rostock, waar hij een kamer betrekt op de bovenverdieping van het pension van Catherina Balemans, de weduwe van een wijnkoper. Hij is totaal uitgeput van de reis.
Terug naar Delft
De volgende dag wordt er een chirurgijn ontboden, deze vraagt er nog een arts bij, Joachim Stockman, hoogleraar aan de plaatselijke universiteit. Stockman vindt de situatie van de zieke niet ernstig, ’t was maar een vermoeytheyt. Maar de volgende dag geeft hij de patiënt geen enkele kans meer en adviseert een predikant te waarschuwen. Tegen middernacht blaast de ongelukkige rechtsgeleerde zijn laatste adem uit. Pensionhoudster Catherina Balemans zit naast hem.
Pas nu hij dood is, mag Hugo de Groot terug naar zijn geboortestad Delft. Zijn gebalsemde lichaam wordt op 3 oktober bijgezet in de Nieuwe Kerk.
Literatuur
Henk Nellen, ‘Hugo de Groot. Een leven in strijd om de vrede, 1583-1645’ (Balans, 2007)
Posts tonen met het label Hugo de Groot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hugo de Groot. Alle posts tonen
vrijdag 10 augustus 2012
dinsdag 22 maart 2011
De boekenkist
Het is vandaag precies 390 jaar geleden dat Hugo de Groot met een boekenkist ontsnapte uit Slot Loevestein. Deze befaamde Nederlander speelt momenteel een rol in ons huishouden. Afgelopen weekend stond huisgenoot R. in de tuin te zagen en vroeg ik hem: “Wat maak je?”
“Een boekenkist,” zei hij. Niet een boekenkist, maar dè boekenkist. Of preciezer gezegd: de contouren van dè boekenkist.
Geschiedenis in levende lijve
Vanaf juni zit Hugo de Groot in de serie ‘Geschiedenis in levende lijve’ van Erfgoedhuis Zuid-Holland. In deze serie komen figuren uit de canon tot leven en bezoeken ze basisscholen in Zuid-Holland. Enkele maanden geleden leverde ik de Hugo de Groot-monoloog af bij huisgenoot R. die nu als regisseur bezig is de tekst in te studeren met acteur Rob Hertog. Eerder was Willem van Oranje aan de beurt en die monoloog is al meer dan honderd keer gespeeld op basisscholen in de provincie. De kinderen vinden het geweldig om een historische figuur in de klas te ontvangen.
Omdat acteur en regisseur zich afvroegen hoe groot de boekenkist was waarin Hugo de Groot zich liet vervoeren, kochten ze latten en spaanplaat bij de Hubo en wordt in onze achtertuin het frame van de kist in elkaar getimmerd. En ik kan nu al verklappen: de kist is kleiner dan je denkt.
Hugo de Groot en Libië
Ook de vraag ‘Wat zou Hugo de Groot vinden van een militaire interventie in Libië?’ kwam de afgelopen week aan de orde. Geen eenvoudige vraag. Hugo de Groot heeft in zijn ‘Over het recht van oorlog en vrede’ de basis gelegd voor het hedendaagse volkenrecht, maar ik weet niet of hij een oplossing had geweten voor het dilemma: moet je een volk beschermen tegen een dictator of mag je je niet bemoeien met binnenlandse aangelegenheden. Aan de andere kant: hij had heel vastomlijnde ideeën over de rechten van de mens, die hij zelfs beschouwde als natuurrechten. En dan kun je zeggen: Omdat Khadaffi de rechten van zijn onderdanen schendt, mag de VN ingrijpen.
Tragiek
Na een reis van twee uur arriveerde Hugo de Groot op 22 maart 1621 in Gorinchem en kon hij opgelucht ademhalen. Maar een leven in vrijheid in eigen land was hem niet gegund. Hij woonde als banneling jarenlang in Parijs, als ambassadeur van Zweden. In 1645 stierf hij in de noord-Duitse stad Rostock, na een barre tocht per schip over de Oostzee.
Er zit iets tragisch in de man. Een wonderkind dat door omstandigheden nooit tot volle bloei heeft kunnen komen. Hij verlangde er zo naar een groot geleerde zijn, maar moest in Parijs het ondankbare vak van diplomaat van Zweden uitoefenen omdat hij niet op een andere manier aan de kost kon komen.
Voor een toneelschrijver is tragiek natuurlijk een heerlijk gegeven. Een soepel verlopen leven biedt weinig stof voor een toneelstuk. We hebben conflict nodig!
“Een boekenkist,” zei hij. Niet een boekenkist, maar dè boekenkist. Of preciezer gezegd: de contouren van dè boekenkist.
Geschiedenis in levende lijve
Vanaf juni zit Hugo de Groot in de serie ‘Geschiedenis in levende lijve’ van Erfgoedhuis Zuid-Holland. In deze serie komen figuren uit de canon tot leven en bezoeken ze basisscholen in Zuid-Holland. Enkele maanden geleden leverde ik de Hugo de Groot-monoloog af bij huisgenoot R. die nu als regisseur bezig is de tekst in te studeren met acteur Rob Hertog. Eerder was Willem van Oranje aan de beurt en die monoloog is al meer dan honderd keer gespeeld op basisscholen in de provincie. De kinderen vinden het geweldig om een historische figuur in de klas te ontvangen.
Omdat acteur en regisseur zich afvroegen hoe groot de boekenkist was waarin Hugo de Groot zich liet vervoeren, kochten ze latten en spaanplaat bij de Hubo en wordt in onze achtertuin het frame van de kist in elkaar getimmerd. En ik kan nu al verklappen: de kist is kleiner dan je denkt.
Hugo de Groot en Libië
Ook de vraag ‘Wat zou Hugo de Groot vinden van een militaire interventie in Libië?’ kwam de afgelopen week aan de orde. Geen eenvoudige vraag. Hugo de Groot heeft in zijn ‘Over het recht van oorlog en vrede’ de basis gelegd voor het hedendaagse volkenrecht, maar ik weet niet of hij een oplossing had geweten voor het dilemma: moet je een volk beschermen tegen een dictator of mag je je niet bemoeien met binnenlandse aangelegenheden. Aan de andere kant: hij had heel vastomlijnde ideeën over de rechten van de mens, die hij zelfs beschouwde als natuurrechten. En dan kun je zeggen: Omdat Khadaffi de rechten van zijn onderdanen schendt, mag de VN ingrijpen.
Tragiek
Na een reis van twee uur arriveerde Hugo de Groot op 22 maart 1621 in Gorinchem en kon hij opgelucht ademhalen. Maar een leven in vrijheid in eigen land was hem niet gegund. Hij woonde als banneling jarenlang in Parijs, als ambassadeur van Zweden. In 1645 stierf hij in de noord-Duitse stad Rostock, na een barre tocht per schip over de Oostzee.
Er zit iets tragisch in de man. Een wonderkind dat door omstandigheden nooit tot volle bloei heeft kunnen komen. Hij verlangde er zo naar een groot geleerde zijn, maar moest in Parijs het ondankbare vak van diplomaat van Zweden uitoefenen omdat hij niet op een andere manier aan de kost kon komen.
Voor een toneelschrijver is tragiek natuurlijk een heerlijk gegeven. Een soepel verlopen leven biedt weinig stof voor een toneelstuk. We hebben conflict nodig!
Abonneren op:
Posts (Atom)
