maandag 24 januari 2011

Eind jaren zestig werd alles anders, ook de dagelijkse boodschappen

Mijn ouders trouwden in december 1963. Allebei waren ze opgegroeid op het platteland, op een boerderij. Mijn moeder zegde haar baan op als hoofd van de keuken in een verzorgingshuis en regelde voortaan alleen nog haar eigen tweepersoons-huishouding in Steenwijk. Ik moest daar aan denken toen ik in een artikel las over Albert Heijn – en hoe handig de supermarktketen inspeelde op de veranderingen in naoorlogs Nederland (Hubert Smeets in NRC, 14 januari 2011).

Wijn
Vanaf 1963 werd de zaterdag een vrije dag, gingen kinderen veel vaker studeren en werd het steeds gewoner om de vakantie in het buitenland door te brengen. Zo kwam ook de camembert uit Frankrijk, de sherry en Rioja uit Spanje en Italiaanse spaghetti de supermarkt in. De oude standsverschillen tussen arbeiders, boeren en buitenlui verdwenen, net zoals de grootste verschillen tussen stad en platteland. Winkelcentra kwamen als paddenstoelen de grond uit en AH wist zich in de meeste daarvan een plek te veroveren.
De welvaart nam dus enorm toe na 1963. En daardoor veranderde het dagelijkse eten en drinken van veel Nederlanders. “Bij ons op de boerderij werd er nooit veel gedronken, eigenlijk alleen met feestdagen en verjaardagen en soms als er geslacht of verhandeld werd," zegt mijn moeder. "Toen we trouwden gaf oma ons een fles port en een fles sherry mee voor in de voorraadkast. Dat hoort er ook bij, zei ze. We deden er heel lang mee.” Nu drinken mijn ouders bijna elke dag een glas wijn.

Verse groente
Kookte mijn moeder anders dan haar moeder?  “Oma kookte ook al goed, modern. Ze was daarvoor op cursus geweest in Emmen.. Traditioneel eten zoals bonen, spek en peulvruchten kregen we niet vaak. Ze liet de groente ook niet urenlang op het fornuis staan zoals veel mensen deden. We aten soms al macaroni en ze kookte veel verse groente die ze zelf verbouwde. Nieuw-Zeelandse spinazie bijvoorbeeld, dat groeide door als je het plukte. Daar experimenteerde ze dan mee.”

In Steenwijk werden de meeste boodschappen nog thuis gebracht. De melkboer kwam dagelijks langs, net zoals de bakker. “Je kende elkaar goed. Ik herinner me dat de bakker langskwam en jij als klein meisje snel naar binnen glipte. ‘Dat doet ze omdat ik haar net een standje heb gegeven. Ze liep aan de overkant van de straat en dat mag vast niet’, zei hij.” In 1964 werd de eerste supermarkt geopend in Steenwijk: een Sparwinkel. “Daar werden we ook klant. We gingen niet weg bij de bakker en de melkboer, maar haalden ook wel dingen bij de Spar. Ik vond dat leuk omdat het nieuw was.”

Internationaal
Albert Heijn heeft er – mede dankzij het huisblad Allerhande voor gezorgd dat de Hollandse keuken veel internationaler werd. Maar bij ons thuis veranderde er niet zoveel. Nieuw was dat we kip van de grill aten en verse vis: altijd op donderdag, als er markt was. Verder aten we macaroni met ui, tomaten en boterhamworst, stamppotten, kapucijners met spek en zilveruitjes, een karbonaadje met sperziebonen, zuurkoolschotel, rode kool met een gehaktbal. Misschien kwam dat omdat we nooit in de buurt van een Albert Heijn woonden. We gingen ook niet ver weg op vakantie. “Die lange ritten met kinderen vonden we niks. En het maakte jullie niet uit of je op de Havelterberg of in Spanje was,” zegt mijn moeder.
Nadat mijn zus en ik uit huis waren zijn mijn ouders wel gaan reizen, met als doel zo snel mogelijk veel van de wereld te zien. In de supermarkten zijn pakjes met smaken uit verre landen een vast onderdeel van het assortiment geworden. Langzamerhand veranderde daarmee ook het eten thuis. (MB)

Voor Reflex hebben we de lessenserie ‘Rotterdam Was’ gemaakt. Een van de lessen gaat over de veranderingen in de jaren zestig: ontzuiling en emancipatie. Rotterdam was… een hippiestad. Van Annie MG Schmidt tot het Kralingen Popfestival. www.rotterdamwas.nl

woensdag 5 januari 2011

Langharig Leeuwarden

Van 1976 tot en met 1978 zat ik op de bovenbouw van de Stedelijke Scholengemeenschap in Leeuwarden. We hadden les in de Grote Kerkstraat, in het pand met de witte gevel waarin vroeger de MMS zat. Vlakbij onze school lag de Prinsentuin, het mooie stadspark dat een prominente rol speelt in de roman ‘De Koperen Tuin’ van Simon Vestdijk.
’s Zomers werden er soms lunchconcerten georganiseerd op het podium bij de vijver, en niets was fijner dan tijdens de schoolpauze daar je boterhammen te eten in het gras.
Het meest enerverende concert dat ik er meemaakte was in augustus 1978. Herman Brood & his Wild Romance traden er op voor het Vara programma Lijn Drie. Het was een warme dag en aan het eind van het optreden stonden Herman Brood en een deel van het publiek in de vijver.
Groot was mijn vreugde toen ik een foto van dit legendarische concert tegenkwam op de tentoonstelling ‘Langharig Leeuwarden’ in het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) dat is gevestigd in een mooi pand vlakbij de Prinsentuin. Met affiches, krantjes en ander -vaak uniek- archiefmateriaal geeft de tentoonstelling een beeld van het leven in Leeuwarden in de roerige jaren zestig en zeventig. Ik woonde van 1974 tot 1978 in de stad, en was net te jong om me echt in het strijdgewoel te storten. Maar het concert van Herman Brood heb ik meegemaakt!
‘Langharig Leeuwarden’ is tot eind september 2011 te zien in het HCL, Groeneweg 1.
Hieronder beelden van het concert.

maandag 22 november 2010

Heimweeliedjes

De meidengroep van buurthuis Basta zoekt heimweeliedjes en bijbehorende verhalen in de Agniesebuurt. Daarmee willen ze een voorstelling en een boekje maken. Sinds een paar weken hebben ze opname-apparaatjes. De eerste liedjes zijn inmiddels opgenomen, met dank aan de dames van de woensdagmiddag-kaartclub. Nu willen ze de buurt in om daar nog meer liedjes op te nemen. Misschien woont u al uw hele leven in de Agniesebuurt en kent u nog een liedje dat u vroeger samen met vriendinnen zong. Of u komt uit Marokko en u zingt weleens liedjes die u vroeger met uw oma zong. De meiden willen die liedjes graag horen en opnemen.
Ze zullen de liedjes opnemen, uitschrijven en vertalen (met hulp van u of van anderen). Ze zullen u ook vragen stellen over vroeger omdat ze graag willen weten waar u die liedjes zong. Maar ook waarom u ze zong en met wie. Heimweeliedjes gaan niet per se over heimwee, maar ze roepen een gevoel van heimwee op. Ze vertellen over hoe het vroeger was in Rotterdam, in Marakech, in Kayseri of in Nickerie. Al die liedjes en verhalen horen net zo goed bij de Agniesebuurt als de winkels in de Teilingerstraat of de bogen van de Hofpleinlijn. Zoals Arie van de Krogt zingt:  
Dit is een stad om van te houden/ Dit is een stad die toekomst heeft/  Want, het verleden zit niet in gebouwen/  Maar in het heimwee dat hier leeft...

Wie niet in de Agniesebuurt woont, kan terecht op de facebookpagina van Geschiedenislab. Daar verzamelen we ook heimweeliedjes en dan blijkt dat het een omvangrijk genre is. Willy heeft er een wiegeliedje van haar oma op gezet, Marjan denkt vooral aan een jaren zeventighit die ze een zomer lang op de autoradio hoorde en voor Karin is het de persoon van Freddie Mercury die heimwee oproept naar haar tienerjaren. Maar we blijven het proberen!  

Provenierssingel

GeschiedenisLab is gevestigd op de zolderverdieping van dit mooie pand op de hoek van de Provenierssingel en de Proveniersstraat. Een pand met geschiedenis, dat zie je zo.
Op de Rotterdamdag in de Laurenskerk, afgelopen zaterdag, kocht ik het boek ‘Provenierssingel honderd jaar’ van de Vereniging Bewoners Provenierssingel. Natuurlijk stond ons pand er ook in.
Samen met de buurpanden was hier van 1950 tot het begin van de jaren zeventig de stropdassenfabriek Micro gevestigd, van de heer H.H. Michaelis. Oude buurtbewoners schijnen het pand nog steeds de Dassenfabriek te noemen.
Na het vertrek van de Michaelis kwam het pand in handen van een belegger die het jaren leeg liet staan. Een doorn in het oog van de Aktiegroep Provenierswijk, die er in juni 1979 illegaal in trokken en er spreekuur hielden.
Op een foto uit die tijd zien we de kreten ‘Woonhuizen hier. Geen kantoren’ op de muur gekalkt. De acties hebben niet mogen baten, want vanaf de jaren tachtig is het pand een kantoorgebouw. Jarenlang zat de afdeling Rotterdam de FNV er en de stichting Thuiszorg. Momenteel biedt Provenierssingel 66 huisvesting aan meer dan tien bedrijven, waaronder een paar eenpitters. We genieten erg van de rust die de singel ons biedt.

Schuilen onder de spoorbogen

Vorig jaar interviewden we in opdracht van de Rotterdamse deelgemeente Noord bijna veertig mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden in dit deel van Rotterdam. We ondervroegen hen over de eerste dagen van de oorlog, het bombardement, het dagelijks leven, de hongerwinter en natuurlijk de bevrijding. De afgelopen maanden bewerkten we de interviews tot een boek met verhalen voor kinderen van tien tot twaalf jaar. Illustratrice Helen van Vliet maakte er prachtige tekeningen bij.
Het boek, ‘Schuilen onder de spoorbogen’, werd vorige week uitgedeeld aan groep 7 en 8 van de basisscholen in deelgemeente Noord. Het bijzondere van de verhalen is dat ze zich afspelen in de straten waar de kinderen van nu wonen, spelen en naar school gaan.
Op 4 mei, na de herdenking bij het monument op de Noordsingel - waar tijdens de oorlog een Engelse piloot zijn brandende toestel in de singel vloog om te voorkomen dat hij neerstortte op een woonwijk - deelde Ina Chabot, fractievoorzitter van de PvdA en initiatiefneemster van het project, het boek uit aan de geïnterviewden.
‘Schuilen onder de spoorbogen’ is te koop bij boekhandel Snoek. Het kost € 12,50.