Een fietstocht rondom de polder Prins Alexander
Tussen 1865 en 1874 werd het plassengebied ten oosten van Rotterdam drooggemalen en ontstond de polder Prins Alexander. De omtrek van de polder is ongeveer 42 kilometer, een verkenning van de randen van de polder is dus goed te doen op de fiets. Ik probeerde het uit op een zonnige zondag in maart.
De Ringvaart
Ik begin mijn tocht bij het punt waar de Turfweg uitkomt op de Ringvaartweg, ongeveer op de grens van de deelgemeenten Kralingen-Crooswijk en Prins Alexander. Maar ik zie al snel in dat de sloot langs deze weg niet de Ringvaart is. De Ringvaart zelf ligt verstopt achter een huizenrij. Aan de overkant is een weg die ernaast loopt, de Jan van Tilburgstraat. Het is een verrassend mooi stukje Rotterdam met een brede grasoever en bomen die spiegelen in het water.
De Ringvaart vormt de zuidelijke grens van de polder.
De polder ligt op het grondgebied van drie gemeenten. Als ik het tunneltje onder de Prins Alexanderlaan uitrij, fiets ik Capelle aan den IJssel in. Hier staat het Beijerinckgemaal, een van de drie ondergemalen van de polder. Ook bij de Kralingse Kerklaan stond een ondergemaal, maar dat is in 1965 afgebroken. Het derde ondergemaal staat bij Nieuwerkerk aan den IJssel. Het Beijerinckgemaal is vernoemd naar ingenieur Jan Anne Beijerinck, die verantwoordelijk was voor het droogmaken van de polder Prins Alexander. Eerder zorgde hij ervoor dat de Haarlemmermeer dankzij een nieuwe technische ontwikkeling – het stoomgemaal - een polder werd.
Het bovengemaal, vernoemd naar prins Alexander die er als 15-jarige in 1866 de eerste steen legde, stond tot 1971 in Kralingseveer en pompte het polderwater de Maas in.
Poldergevoel
Terwijl ik over de Bermweg aan de noordkant van de Ringvaart fiets, ervaar ik het echte poldergevoel: de wijk links van mij ligt vele meters lager dan het waterpeil van de Ringvaart.
Ik fiets verder naar het oosten en kom op de kruising van de Schenkelse Dreef met de Ringvaart een polderkunstwerk tegen. ‘Languit het land omringd door water’ staat er uitgespaard in steen te lezen op de brug. De maker is kunstenares Jacqueline Verhaagen.
Verderop passeer ik het Schollebos, een groot recreatiegebied, en fiets dan eindelijk de stad uit. Hoewel, verderop doemen de buitenwijken van Nieuwerkerk aan den IJssel al op. Hier in de weilanden staat het P.D. Kleijgemaal. Dit gemaal werd in 1988 gebouwd achter het oude ondergemaal dat dezelfde naam droeg en inmiddels is afgebroken.
De Zuidplaspolder
In Nieuwerkerk aan den IJssel mag ik eindelijk afslaan, naar links de Kerklaan op. Hier loopt de Ringvaart die de oostelijke grens van de polder vormt. Rechts van de vaart ligt de Zuidplaspolder die tussen 1825 en 1840 werd drooggemalen. Met dertig windmolens.
Zodra het mogelijk is, steek ik via een wit ophaalbruggetje het water over en fiets verder evenwijdig aan het water over de Oostringdijk.
De Zuidplaspolder heeft de eer het diepste punt van Nederland te herbergen. Verderop, aan de A20, op het terrein van Van Vliet Trucks staat een monument in de vorm van een NAP-peilschaal. De rode ring bovenaan de peilschaal geeft aan hoe hoog de zeespiegel is. De bodem van de polder ligt 6,74 meter lager.
Bij de Dorpsstraat gaat de Oostringdijk over in de Westringdijk. Links ligt het oude centrum van Nieuwerkerk. Als ik het dorp voorbij ben, voert de Westringdijk me over de A20. Rechts, in de Zuidplaspolder, staan huizen met kassen en grazen paarden en schapen. Links doemt Rotterdam alweer op, in de vorm van de jonge wijk Nesselande.
De Wollefoppenweg
Tot nog toe was de grens van de polder niet moeilijk te volgen – volg de Ringvaart - maar hier moet ik de Ringvaart verlaten en uitzoeken waar de grens tussen de Eendragtspolder en de Prins Alexanderpolder ligt. Thuis heb ik een oude kaart naast mijn fietskaart gelegd en gezien dat het ongeveer de Wollefoppenweg moet zijn. Bij kwekerij Van der Dussen steek ik de Ringvaart over via een smalle draaibrug. Aan de andere kant verwelkomt een bordje ‘Rotterdam’ me.
Ik fiets de Wollefoppenweg op en besef ineens dat het deel van Nesselande dat nu rechts van me ligt, en dat behoort tot deelgemeente Prins Alexander, in de Eendragtspolder ligt. Dat geldt ook voor de Zevenhuizer Plas. Een plas overigens die niet is ontstaan door vervening. Hier is het zand afgegraven dat men nodig had om de wijk Zevenkamp te bouwen.
De Rotte
Voorbij de plas fiets ik de Vlietkade op en kom bij het gehucht Oud Verlaat. Daar ligt de Rotte te glinsteren in de zon, het kronkelende veenriviertje waaraan Rotterdam zijn naam te danken heeft. De Rotte is de noordelijke grens van de polder. Over de dijk fiets ik naar het westen. Ook hier kan de fietser het poldergevoel ervaren. De Rotte ligt hoog, het land ligt meters lager.
Ik fiets langs grazige weiden en langs de nieuwe wijk Terbregge, die hoort bij deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek en die toch in de polder Prins Alexander ligt.
Bij de Veilingweg, waar vroeger de polder Spiegelnisse lag, heeft de polder een vreemde uitstulping. Het is een niemandsgebied, daar onder de A20 en de spoorbrug van de lijn Rotterdam-Utrecht. Bijna onder de spoorbrug ligt een verroest schip op het droge en op het hoekje Rotte, Veiligweg, Veilingbrug en Boezem staat al zolang ik me herinner – ik woon sinds 1992 in Rotterdam - een huisje van planken en golfplaat. Er lopen hanen rond, de was wappert aan de lijn.
Waar nu het grote witte politiegebouw staat, was vroeger de veiling waar de tuinders uit de polder Prins Alexander hun groenten naartoe brachten. De veiling verhuisde in 1972 naar Bleiswijk. De tuinders moesten in de jaren zestig hun bedrijf opheffen omdat de polder een woonbestemming kreeg.
De Kralingse Plas
Langs de Boezemlaan fiets ik naar het oosten. De Kralingse Plas behoorde wel tot de kleine plassen van Schieland, maar is als enige plas de droogmakingsdans ontsprongen. Het verhaal gaat dat de eigenaar van een Kralings landgoed zijn vrienden bij het Hoogheemraadschap Schieland verzocht deze plas te sparen omdat hij zo van het uitzicht genoot. Rondom de plas is in de jaren dertig een bos aangelegd.
Hier is het lastig de grenzen van de polder te herkennen. Als er hier al een echte Ringvaart is geweest, die aansloot op de Ringvaart achter de Ringvaartweg, dan is hij al jaren geleden verdwenen. Maar het is helemaal niet erg om deze fietstocht te laten eindigen bij de Kralingse Plas.
vrijdag 23 maart 2012
donderdag 1 maart 2012
Liedjes verzamelen
Alan Lomax (1915-2002) verzamelde zijn leven lang volksmuziek vanuit de hele wereld. Zijn volledige archief, dat bestaat uit 17.000 liedjes, foto’s, films, interviews, radioprogramma’s en lezingen komt binnenkort online –er staat al een onderzoeksversie op het internet. Het werk van Alan Lomax is een inspiratiebron voor talloze muzikanten – en ook voor ons.
Deze week verschijnt het boekje ‘Lied van je moeder’, over het project heimweeliedjes. Daarin staan ongeveer 35 liedjes die verzameld zijn in Rotterdam, door onszelf, maar voor ook door de Jonge Honden, een meidengroep in het Oude Noorden. Dat is belangrijk, want behalve het verzamelen van liedjes ging het er om dat we jongeren en ouderen met elkaar in contact wilden brengen. Hanneke Willemsen van Het verhaal van… , met wie we dit project bedachten en uitvoerden, is als sociologe bezig met de vraag wat generaties verbindt. Liedjes dus, gezongen door ouderen, voor jongeren, die hen dan ook nog vragen naar het verhaal achter die liedjes.
In het boekje staan liedjes die mensen hoorden op de radio of televisie (Don’t let me down, Yam Saharni), liedjes die gezongen werden op verjaardagen of ’s avonds op het erf (Faja Sitong), in de kerk (Welgelukzalig is de man..), kinderliedjes, opvoedliedjes (de natuur is geen vuilnisbak) en natuurlijk slaapliedjes. Maar wat het vooral zo leuk maakt, zijn de herinneringen die erbij horen: over de gezelligheid van een grote familie, de manier waarop er kerst gevierd werd, over hoe het was toen je meisje de verkering uitmaakte, of de schaamte die je voelde na je scheiding. Over hoe fijn het was dat vader iedere avond een slaapliedje kwam zingen en over je opoe die liedjes zong terwijl ze het koper poetste. En de Jonge Honden kwamen tot een interessante conclusie: voor Nederlanders zijn liedjes van vroeger meestal verbonden met een bepaalde tijd of plaats, terwijl voor Marokkanen de liedjes verbonden zijn met emoties.
De meeste liedjes en verhalen staan als geluidsbestanden in een digitaal archiefje. Verder sturen we het boekje naar allerlei organisaties die dit soort projecten uitvoeren, in de hoop dat ze enthousiast worden voor het idee om liedjes te verzamelen en zo jongeren en ouderen met elkaar in gesprek te brengen. Op onze website (www.geschiedenislab.nl) is de PDF van het boekje gratis te downloaden.
Zelf gaan we eerst eens op onderzoek uit in het archief van de grote meester Alan Lomax, aan wie we ooit ons motto ontleenden: Culture is all we are.
Deze week verschijnt het boekje ‘Lied van je moeder’, over het project heimweeliedjes. Daarin staan ongeveer 35 liedjes die verzameld zijn in Rotterdam, door onszelf, maar voor ook door de Jonge Honden, een meidengroep in het Oude Noorden. Dat is belangrijk, want behalve het verzamelen van liedjes ging het er om dat we jongeren en ouderen met elkaar in contact wilden brengen. Hanneke Willemsen van Het verhaal van… , met wie we dit project bedachten en uitvoerden, is als sociologe bezig met de vraag wat generaties verbindt. Liedjes dus, gezongen door ouderen, voor jongeren, die hen dan ook nog vragen naar het verhaal achter die liedjes.
In het boekje staan liedjes die mensen hoorden op de radio of televisie (Don’t let me down, Yam Saharni), liedjes die gezongen werden op verjaardagen of ’s avonds op het erf (Faja Sitong), in de kerk (Welgelukzalig is de man..), kinderliedjes, opvoedliedjes (de natuur is geen vuilnisbak) en natuurlijk slaapliedjes. Maar wat het vooral zo leuk maakt, zijn de herinneringen die erbij horen: over de gezelligheid van een grote familie, de manier waarop er kerst gevierd werd, over hoe het was toen je meisje de verkering uitmaakte, of de schaamte die je voelde na je scheiding. Over hoe fijn het was dat vader iedere avond een slaapliedje kwam zingen en over je opoe die liedjes zong terwijl ze het koper poetste. En de Jonge Honden kwamen tot een interessante conclusie: voor Nederlanders zijn liedjes van vroeger meestal verbonden met een bepaalde tijd of plaats, terwijl voor Marokkanen de liedjes verbonden zijn met emoties.
De meeste liedjes en verhalen staan als geluidsbestanden in een digitaal archiefje. Verder sturen we het boekje naar allerlei organisaties die dit soort projecten uitvoeren, in de hoop dat ze enthousiast worden voor het idee om liedjes te verzamelen en zo jongeren en ouderen met elkaar in gesprek te brengen. Op onze website (www.geschiedenislab.nl) is de PDF van het boekje gratis te downloaden.
Zelf gaan we eerst eens op onderzoek uit in het archief van de grote meester Alan Lomax, aan wie we ooit ons motto ontleenden: Culture is all we are.
zondag 22 januari 2012
Een patatje in Minnertsga - familiegeschiedenis
Eind december ben ik in het noorden van het land en besluit enige research te doen voor het verhaal dat ik schrijf over mijn familie. Mijn overgrootmoeder Aaltje Schotanus is in 1862 geboren in Minnertsga, een dorpje in het noorden van Friesland. Haar vader Johannes Schotanus was kleermaker. In mijn familie gaat het verhaal dat de familie Schotanus mijn overgrootvader Enne Nieuwenhuis, die visser was, te min vond. Zou dat echt zo zijn? In wat voor huis zou Aaltje zijn opgegroeid? Via via heb ik gehoord dat kleermakerij Schotanus plaats heeft gemaakt voor een snackbar. Hoog tijd om een patatje te eten in Minnertsga.
Aan het eind van de middag rijd ik voorzichtig – wat is het hier donker - over smalle wegen via Berlikum en Wier naar Minnertsga. Mijn auto parkeer bij de hervormde kerk en ik loop het dorp in. Op de een of andere manier stelde ik me voor dat Minnertsga een hoofdstraat zou hebben met naast elkaar zaken als een kapper, een bakker, een kruidenier, een snackbar. Maar zo zitten kleine Friese dorpen niet in elkaar. De plaatselijke middenstand ligt er verspreid. Ik kom een warme bakker tegen en zie verderop aan de doorgaande weg een café. In een zijstraat vind ik een slijterij en ernaast een weg die naar supermarkt Wiersma leidt.
‘Is hier ergens een snackbar?’ vraag ik de cassière van de supermarkt.
‘Ja hoor,’ zegt ze, ‘In de hoofdstraat is er een, en anders heeft het café ook wel snacks.’
Ik loop terug naar de doorgaande weg en stuit op café-snackbar ’t Centrum die ik net voorbij was gelopen. Het is een groot pand, met een wit gepleisterde voorgevel en een prachtige jugendstil deur. Ik probeer naar binnen te gluren, maar er brandt geen licht. Net als ik een foto wil maken trekt de eigenaar de rolgordijnen omhoog. Hij opent de deur voor me.
Ik vraag hem of hier vroeger een kleermaker woonde. Wietse, zoals de snackbareigenaar heet, vertelt me dat hij het pand in 1982 heeft gekocht van kleermaker Klaas Schotanus. ‘Hier was de toonbank en daarachter de paskamers,’ wijst hij.
Ik bestel een patatje en een frikandel speciaal en maak foto’s van de prachtige jugendstil tegelvloer. De originele vloer, verzekert Wietse me. Hij vertelt me ook dat de tweede verdieping er in 1904 op is gebouwd.
Terwijl ik mijn patatje eet, mijmer ik over mijn overgrootmoeder Aaltje. Zou dit echt het huis zijn waar ze is geboren? Het ziet er chique uit, in mijn fantasie stijgt de familie Schotanus een paar stappen op de sociale ladder.
Maar als ik me later op de website Allefriezen verdiep in de familie Schotanus uit Minnertsga, zie ik dat Aaltje dienstmeid is als ze in 1885 met Enne trouwt en dat haar moeder Gatske, die jong weduwe is geworden, op een gegeven moment arbeidster is. De sociale kloof tussen de familie Schotanus en de familie Nieuwenhuis kan nooit groot zijn geweest.
Het schrijven van een familiegeschiedenis is een delicaat balanceren tussen verbeelding en feiten. De schrijver moet zijn verbeeldingskracht inzetten om de wereld van zijn voorouders tot leven te brengen, maar de feiten zijn toch de kapstok waaraan het verhaal is opgehangen.
Over deze en andere kwesties gaat het op de cursus Familieverhalen schrijven die ik vanaf 13 februari geef bij de SKVR-Schrijversschool, acht keer (om de veertien dagen) op de maandagavond.
Op de foto het huis in Minnertsga. Het is het huis met de zonwering. Het haventje bestaat niet meer.
Aan het eind van de middag rijd ik voorzichtig – wat is het hier donker - over smalle wegen via Berlikum en Wier naar Minnertsga. Mijn auto parkeer bij de hervormde kerk en ik loop het dorp in. Op de een of andere manier stelde ik me voor dat Minnertsga een hoofdstraat zou hebben met naast elkaar zaken als een kapper, een bakker, een kruidenier, een snackbar. Maar zo zitten kleine Friese dorpen niet in elkaar. De plaatselijke middenstand ligt er verspreid. Ik kom een warme bakker tegen en zie verderop aan de doorgaande weg een café. In een zijstraat vind ik een slijterij en ernaast een weg die naar supermarkt Wiersma leidt.
‘Is hier ergens een snackbar?’ vraag ik de cassière van de supermarkt.
‘Ja hoor,’ zegt ze, ‘In de hoofdstraat is er een, en anders heeft het café ook wel snacks.’
Ik loop terug naar de doorgaande weg en stuit op café-snackbar ’t Centrum die ik net voorbij was gelopen. Het is een groot pand, met een wit gepleisterde voorgevel en een prachtige jugendstil deur. Ik probeer naar binnen te gluren, maar er brandt geen licht. Net als ik een foto wil maken trekt de eigenaar de rolgordijnen omhoog. Hij opent de deur voor me.
Ik vraag hem of hier vroeger een kleermaker woonde. Wietse, zoals de snackbareigenaar heet, vertelt me dat hij het pand in 1982 heeft gekocht van kleermaker Klaas Schotanus. ‘Hier was de toonbank en daarachter de paskamers,’ wijst hij.
Ik bestel een patatje en een frikandel speciaal en maak foto’s van de prachtige jugendstil tegelvloer. De originele vloer, verzekert Wietse me. Hij vertelt me ook dat de tweede verdieping er in 1904 op is gebouwd.
Terwijl ik mijn patatje eet, mijmer ik over mijn overgrootmoeder Aaltje. Zou dit echt het huis zijn waar ze is geboren? Het ziet er chique uit, in mijn fantasie stijgt de familie Schotanus een paar stappen op de sociale ladder.
Maar als ik me later op de website Allefriezen verdiep in de familie Schotanus uit Minnertsga, zie ik dat Aaltje dienstmeid is als ze in 1885 met Enne trouwt en dat haar moeder Gatske, die jong weduwe is geworden, op een gegeven moment arbeidster is. De sociale kloof tussen de familie Schotanus en de familie Nieuwenhuis kan nooit groot zijn geweest.
Het schrijven van een familiegeschiedenis is een delicaat balanceren tussen verbeelding en feiten. De schrijver moet zijn verbeeldingskracht inzetten om de wereld van zijn voorouders tot leven te brengen, maar de feiten zijn toch de kapstok waaraan het verhaal is opgehangen.
Over deze en andere kwesties gaat het op de cursus Familieverhalen schrijven die ik vanaf 13 februari geef bij de SKVR-Schrijversschool, acht keer (om de veertien dagen) op de maandagavond.
Op de foto het huis in Minnertsga. Het is het huis met de zonwering. Het haventje bestaat niet meer.
dinsdag 3 januari 2012
In 2011...
- brachten we heel wat uren door in Drenthe. Vanaf voorjaar 2012 biedt het Drents Archief verschillende routes aan waar je op locatie via je smartphone verhalen kunt horen en foto’s en filmfragmenten bekijken. Marjan verdiepte zich in de hunebedden en begon zich af te vragen of reuzen misschien toch echt bestaan hebben. Willy wekte de geschiedenis van de wijk Assen Oud-Zuid tot leven….
- ontmoetten we veel enthousiasme voor Lief land, maar helaas bleef het daarbij. Jammer, want we hadden graag willen horen waar de Drenten hun eerste zoen beleefden…..
- organiseerde Willy een wandeling langs het oostelijke deel van de Rotterdamse Brandgrens waar ze de deelnemers brandgrenspanden en wederopbouwflats liet zien....
- en maakte ze lesbrieven over de Biesbosch en de geschiedenis van de watertorens. Wist u dat watertorens op het platteland hoger zijn dan watertorens in de stad….
- voerde Marjan pilots uit voor het project Rotterdam Was. Leerlingen in schakelklassen wilden alles weten over de verhouding met Suriname. In Schiebroek dachten leerlingen na over de veranderingen in de jaren zeventig en interviewden ze hun oma's: 'Jongeren werden in de jaren zeventig al brutaler maar nu is het nog erger.'
- werkten we voor een schoolboekenuitgever aan lesmateriaal over cultureel erfgoed....
- redigeerde Marjan een boekje over tradities en gebruiken in de Hindoestaanse gemeenschap....
- schreef Willy monologen voor een theatrale rondleiding op het stoomschip De Rotterdam: voor de kapitein, zijn dochter, de stuurman, een scheepsjongen, een landverhuizer en een goochelaar....
- en schreef ze twee monologen als vervolg op de Willem van Oranje monoloog die al meer dan honderd keer is gespeeld op basisscholen in Zuid-Holland. Nu waren Hugo de Groot en Spinoza aan de beurt. De Spinozamonoloog beleefde zelfs een try out in het Spinozahuis in Rijnsburg. Volgens kenners was de filosofie van Spinoza goed weergegeven. De theaterstichting Het Lage Licht, van Willy en Minnkus de Groot, bedacht een nieuwe theatervorm: cluedotheater. Het publiek mocht in de vuurtoren van het Havenmuseum de moord op Blonde Mien oplossen....
- werd het project Heimweeliedjes/Lied van je moeder dat Marjan uitvoerde met Hanneke Willemsen van Het verhaal van… overgedragen aan Stichting Welzijn Noord. Een groep meiden in het Oude Noorden ging meteen voortvarend aan de slag. In 2012 verschijnt er een boekje....
- waren we -sssst- ook bezig met eigen schrijfprojecten. Zo speurde Marjan archieven af om materiaal over de schrijver Janwillem van de Wetering naar boven te halen, en reisde Willy een paar keer af naar Friesland om onderzoek te doen voor haar familiegeschiedenis....
- gaf Willy cursussen creatief schrijven, levensverhalen schrijven en twee keer de cursus schrijven voor theater, bij Formaat, werkplaats voor participatief drama, en bij het Rotterdams Wijktheater....
- omarmden we het nieuwe werken. We namen afscheid van ons kantoor aan de Provenierssingel 66 en werken nu vanuit huis, vanuit de Hub, maar u kunt ons ook regelmatig vinden in De Tuin aan de Kralingse Plas, een koffiehuis Nika in het Oude Noorden of het Nieuw Rotterdams Café in de voormalige redactieburelen van NRC aan de Witte de Withstraat. Dus als u het tijd vindt voor een hernieuwde kennismaking, weten wij wel een leuke plek.
- ontmoetten we veel enthousiasme voor Lief land, maar helaas bleef het daarbij. Jammer, want we hadden graag willen horen waar de Drenten hun eerste zoen beleefden…..
- organiseerde Willy een wandeling langs het oostelijke deel van de Rotterdamse Brandgrens waar ze de deelnemers brandgrenspanden en wederopbouwflats liet zien....
- en maakte ze lesbrieven over de Biesbosch en de geschiedenis van de watertorens. Wist u dat watertorens op het platteland hoger zijn dan watertorens in de stad….
- voerde Marjan pilots uit voor het project Rotterdam Was. Leerlingen in schakelklassen wilden alles weten over de verhouding met Suriname. In Schiebroek dachten leerlingen na over de veranderingen in de jaren zeventig en interviewden ze hun oma's: 'Jongeren werden in de jaren zeventig al brutaler maar nu is het nog erger.'
- werkten we voor een schoolboekenuitgever aan lesmateriaal over cultureel erfgoed....
- redigeerde Marjan een boekje over tradities en gebruiken in de Hindoestaanse gemeenschap....
- schreef Willy monologen voor een theatrale rondleiding op het stoomschip De Rotterdam: voor de kapitein, zijn dochter, de stuurman, een scheepsjongen, een landverhuizer en een goochelaar....
- en schreef ze twee monologen als vervolg op de Willem van Oranje monoloog die al meer dan honderd keer is gespeeld op basisscholen in Zuid-Holland. Nu waren Hugo de Groot en Spinoza aan de beurt. De Spinozamonoloog beleefde zelfs een try out in het Spinozahuis in Rijnsburg. Volgens kenners was de filosofie van Spinoza goed weergegeven. De theaterstichting Het Lage Licht, van Willy en Minnkus de Groot, bedacht een nieuwe theatervorm: cluedotheater. Het publiek mocht in de vuurtoren van het Havenmuseum de moord op Blonde Mien oplossen....
- werd het project Heimweeliedjes/Lied van je moeder dat Marjan uitvoerde met Hanneke Willemsen van Het verhaal van… overgedragen aan Stichting Welzijn Noord. Een groep meiden in het Oude Noorden ging meteen voortvarend aan de slag. In 2012 verschijnt er een boekje....
- waren we -sssst- ook bezig met eigen schrijfprojecten. Zo speurde Marjan archieven af om materiaal over de schrijver Janwillem van de Wetering naar boven te halen, en reisde Willy een paar keer af naar Friesland om onderzoek te doen voor haar familiegeschiedenis....
- gaf Willy cursussen creatief schrijven, levensverhalen schrijven en twee keer de cursus schrijven voor theater, bij Formaat, werkplaats voor participatief drama, en bij het Rotterdams Wijktheater....
- omarmden we het nieuwe werken. We namen afscheid van ons kantoor aan de Provenierssingel 66 en werken nu vanuit huis, vanuit de Hub, maar u kunt ons ook regelmatig vinden in De Tuin aan de Kralingse Plas, een koffiehuis Nika in het Oude Noorden of het Nieuw Rotterdams Café in de voormalige redactieburelen van NRC aan de Witte de Withstraat. Dus als u het tijd vindt voor een hernieuwde kennismaking, weten wij wel een leuke plek.
woensdag 21 september 2011
Waar bleef het Rotterdamse puin?
Een paar dagen na het bombardement van 14 mei 1940 begint men in Rotterdam met man en macht het puin op te ruimen. Er worden duizenden arbeidskrachten gerekruteerd en ook werkelozen moeten zich melden om mee te werken. De Duitsers vorderen vrachtwagens, kruiwagens en gereedschap als schoppen en houwelen. Wekenlang wordt er hard gewerkt om het puin af te voeren.
Dempen
Wat gebeurt er met de brokstukken die eens de huizen en straten van het Rotterdamse centrum vormden? Allereerst komt het terecht in de kanalen, singels en havens die toch al gedempt zouden worden, zoals Blaak, de Schie, de Kolk, Schiedamsesingel en de Noorderhavenkade. Een bekend grapje is: Eerst lag de Schie in Rotterdam, nu ligt Rotterdam in de Schie. Ook wordt er puin in de Kralingse Plas gedumpt waardoor er eilandjes ontstaan in de zuidzijde van de plas.
Vliegveld
Dat het puin ook wordt afgevoerd naar plekken elders in Nederland wist ik niet, tot ik een boek over de oorlog in Menaldumadeel las. Menaldumadeel is de Friese gemeente waar mijn grootouders en ouders opgroeiden. Het ligt ten noorden van de A31 die Leeuwarden verbindt met de Afsluitdijk. In dit boek wordt beschreven hoe de Duitsers meteen na de capitulatie van het vliegveld bij Leeuwarden een echte luchthaven maken. Als de bezetters vragen om de inzet van werkeloze arbeidskrachten roept de burgemeester van Leeuwarden alle werkelozen op om zich met een schop te melden op het vliegveld. Wie niet verschijnt raakt zijn uitkering kwijt. De werklozen melden zich massaal. Zeker honderd autobussen vervoeren dagelijks arbeiders uit alle delen van Friesland naar het terrein. Vrachtauto’s, treinen en schepen bezorgen tienduizenden tonnen zand en puin. Ook puin uit Rotterdam wordt met schepen naar Ritsumazijl gebracht en op het terrein gestort.
Dijk
Waar ligt het Rotterdamse puin nog meer? Een zoektochtje op internet leert me dat er enkele wijken zijn opgebouwd met Rotterdams puin, zoals Wielwaal in Dordrecht en Kleinpolder in Overschie. En ik kom het verhaal tegen van de Rotterdamse Hoek. In de dijk van de toen in aanleg zijnde Noordoostpolder werd ook puin uit Rotterdam gestort. Deze plaats, waar de dijk een hoek maakt, kreeg van de polderwerkers de naam Rotterdamse Hoek. Het is een beruchte plek in de scheepvaart, er zijn al veel schepen in moeilijkheden geraakt. Volgens de website van Flevoland Erfgoed is de Rotterdamse Hoek het laatste ‘schepenkerkhof’ van de Nederlandse wateren.
We zijn benieuwd of er nog meer verhalen zijn over het Rotterdamse puin.
Dempen
Wat gebeurt er met de brokstukken die eens de huizen en straten van het Rotterdamse centrum vormden? Allereerst komt het terecht in de kanalen, singels en havens die toch al gedempt zouden worden, zoals Blaak, de Schie, de Kolk, Schiedamsesingel en de Noorderhavenkade. Een bekend grapje is: Eerst lag de Schie in Rotterdam, nu ligt Rotterdam in de Schie. Ook wordt er puin in de Kralingse Plas gedumpt waardoor er eilandjes ontstaan in de zuidzijde van de plas.
Vliegveld
Dat het puin ook wordt afgevoerd naar plekken elders in Nederland wist ik niet, tot ik een boek over de oorlog in Menaldumadeel las. Menaldumadeel is de Friese gemeente waar mijn grootouders en ouders opgroeiden. Het ligt ten noorden van de A31 die Leeuwarden verbindt met de Afsluitdijk. In dit boek wordt beschreven hoe de Duitsers meteen na de capitulatie van het vliegveld bij Leeuwarden een echte luchthaven maken. Als de bezetters vragen om de inzet van werkeloze arbeidskrachten roept de burgemeester van Leeuwarden alle werkelozen op om zich met een schop te melden op het vliegveld. Wie niet verschijnt raakt zijn uitkering kwijt. De werklozen melden zich massaal. Zeker honderd autobussen vervoeren dagelijks arbeiders uit alle delen van Friesland naar het terrein. Vrachtauto’s, treinen en schepen bezorgen tienduizenden tonnen zand en puin. Ook puin uit Rotterdam wordt met schepen naar Ritsumazijl gebracht en op het terrein gestort.
Dijk
Waar ligt het Rotterdamse puin nog meer? Een zoektochtje op internet leert me dat er enkele wijken zijn opgebouwd met Rotterdams puin, zoals Wielwaal in Dordrecht en Kleinpolder in Overschie. En ik kom het verhaal tegen van de Rotterdamse Hoek. In de dijk van de toen in aanleg zijnde Noordoostpolder werd ook puin uit Rotterdam gestort. Deze plaats, waar de dijk een hoek maakt, kreeg van de polderwerkers de naam Rotterdamse Hoek. Het is een beruchte plek in de scheepvaart, er zijn al veel schepen in moeilijkheden geraakt. Volgens de website van Flevoland Erfgoed is de Rotterdamse Hoek het laatste ‘schepenkerkhof’ van de Nederlandse wateren.
We zijn benieuwd of er nog meer verhalen zijn over het Rotterdamse puin.
maandag 8 augustus 2011
De verering van Maria in Rotterdam
Een paar weken geleden maakten we een tijdschrift voor een vriendin die vijftig werd. Ze werd geboren in de buurt van de Slinge op Rotterdam Zuid en bracht een deel van haar vroegste jeugd door in de katholieke kerk die daar was. Gelovig is ze niet meer, maar in haar huis is nog wel een Maria-altaartje ingericht. Op zoek naar haar geschiedenis moesten we daar natuurlijk iets mee. Zo stuitten we op het verhaal van Ome Jan die in de jaren zestig aan de Oldegaarde woonde, vlakbij de Slinge, en daar visioenen had waarin Maria aan hem verscheen.
Zijn woning werd volgens verhalen door honderden volgelingen uit met name Naaldwijk en Zeeland bezocht. Buurman J. Van Houten: 'Het was soms vreselijk druk, het leek soms de Hoogstraat van vóór de oorlog''. De kerk lachtte aanvankelijk om de verschijningen maar maakte zich al snel zorgen, vooral omdat een Limburgs vrouwenklooster in de ban was geraakt van ome Jan. Het klooster was ‘een haard van verering en een centrum van verspreiding’. Het legde Ome Jan geen windeieren. Zijn volgelingen schonken hem een wasmachine en filmapparatuur zodat hij zijn urenlange seances kon vastleggen. Maar in 1961 verhuisde ome Jan naar Naaldwijk, later werd hij beschuldigd van oplichting en bedrog.
Maria was overigens al in 1949, aan Ome Jan verschenen in een eerdere woning op Feyenoord, in de Stampioendwarsstraat. Daar was een bidvertrek ingericht waar een levensgroot schilderij hing van O.L. Vrouw Moeder van Smarten. Dat schilderij was volgens de aanwijzingen van Jan S. gemaakt tussen 1950 en 1960, door een protestants meisje dat later katholiek werd. Het is niet bekend waar dat schilderij gebleven is.
Wat was er gebeurd in de Stampioendwarsstraat? De databank bedevaartplaatsen van het Meertensinstituut geeft dit precies weer. In 1949 lag Jan S. op sterven in zijn huis aan de 1e Stampioendwarsstraat te Rotterdam, na te zijn opgegeven door zijn huisarts dokter B. Op 21 oktober van dat jaar ontving hij, naar eigen zeggen, op zijn ziekbed een visioen van O.L. Vrouw. De verschijning herhaalde zich dat jaar meermalen op 22, 23 en 24 oktober, 19, 20, 24 november, op 9 december en op 7 en 10 januari 1950. Jan S., bij zijn volgelingen en in de pers inmiddels bekend geworden als 'ome Jan' en 'Dienstknecht des Heren', genas op onverklaarbare wijze en stelde de artsen voor een raadsel.
De pastoor van de voormalige O.L. Vrouw van Lourdes/Martelaren van Gorcumparochie aan het Stieltjesplein wilde met al deze merkwaardige zaken echter niets te maken hebben en wees de familie van ome Jan dan ook prompt de deur toen zij hem de verschijningen van Maria kwamen melden. Op 6 februari 1958 deed een zekere pater Stanislaus verslag: ‘Op zijn bezwaar dat men niet geloven zou in de verschijning, zou O.L. Vrouw geantwoord hebben: 'Ik zal U een teken geven'. Dit heeft dan plaats gevonden bij de 7-de verschijning, toen zeven bloeddruppels zichtbaar werden op het behang. Deze vlekken zijn nog te zien'.
Het levensgrote Maria - schilderij hebben we teruggevonden. Het hangt in La Cazuela, een Spaans restaurant in de Proveniersstraat, hier om de hoek. Meer informatie over bedevaartplaatsen in Nederland en over Ome Jan is te vinden op: http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/
Zijn woning werd volgens verhalen door honderden volgelingen uit met name Naaldwijk en Zeeland bezocht. Buurman J. Van Houten: 'Het was soms vreselijk druk, het leek soms de Hoogstraat van vóór de oorlog''. De kerk lachtte aanvankelijk om de verschijningen maar maakte zich al snel zorgen, vooral omdat een Limburgs vrouwenklooster in de ban was geraakt van ome Jan. Het klooster was ‘een haard van verering en een centrum van verspreiding’. Het legde Ome Jan geen windeieren. Zijn volgelingen schonken hem een wasmachine en filmapparatuur zodat hij zijn urenlange seances kon vastleggen. Maar in 1961 verhuisde ome Jan naar Naaldwijk, later werd hij beschuldigd van oplichting en bedrog.
Maria was overigens al in 1949, aan Ome Jan verschenen in een eerdere woning op Feyenoord, in de Stampioendwarsstraat. Daar was een bidvertrek ingericht waar een levensgroot schilderij hing van O.L. Vrouw Moeder van Smarten. Dat schilderij was volgens de aanwijzingen van Jan S. gemaakt tussen 1950 en 1960, door een protestants meisje dat later katholiek werd. Het is niet bekend waar dat schilderij gebleven is.
Wat was er gebeurd in de Stampioendwarsstraat? De databank bedevaartplaatsen van het Meertensinstituut geeft dit precies weer. In 1949 lag Jan S. op sterven in zijn huis aan de 1e Stampioendwarsstraat te Rotterdam, na te zijn opgegeven door zijn huisarts dokter B. Op 21 oktober van dat jaar ontving hij, naar eigen zeggen, op zijn ziekbed een visioen van O.L. Vrouw. De verschijning herhaalde zich dat jaar meermalen op 22, 23 en 24 oktober, 19, 20, 24 november, op 9 december en op 7 en 10 januari 1950. Jan S., bij zijn volgelingen en in de pers inmiddels bekend geworden als 'ome Jan' en 'Dienstknecht des Heren', genas op onverklaarbare wijze en stelde de artsen voor een raadsel.
De pastoor van de voormalige O.L. Vrouw van Lourdes/Martelaren van Gorcumparochie aan het Stieltjesplein wilde met al deze merkwaardige zaken echter niets te maken hebben en wees de familie van ome Jan dan ook prompt de deur toen zij hem de verschijningen van Maria kwamen melden. Op 6 februari 1958 deed een zekere pater Stanislaus verslag: ‘Op zijn bezwaar dat men niet geloven zou in de verschijning, zou O.L. Vrouw geantwoord hebben: 'Ik zal U een teken geven'. Dit heeft dan plaats gevonden bij de 7-de verschijning, toen zeven bloeddruppels zichtbaar werden op het behang. Deze vlekken zijn nog te zien'.
Het levensgrote Maria - schilderij hebben we teruggevonden. Het hangt in La Cazuela, een Spaans restaurant in de Proveniersstraat, hier om de hoek. Meer informatie over bedevaartplaatsen in Nederland en over Ome Jan is te vinden op: http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/
dinsdag 31 mei 2011
Wandelen langs de brandgrens
Regelmatig fiets ik ’s avonds door de stad en zie her en der rode lichtjes tussen de stoeptegels: de iconen die de brandgrens markeren - de grens tot waar de stad na het bombardement van 14 mei 1940 afbrandde. Vooral afgelopen winter was het mooi toen de rode lichtjes de sneeuw van onderaf belichtten.
De brandgrens leeft in Rotterdam. Hij is als rode lijn terug te vinden op Google Earth, er is een audiotour gemaakt met ooggetuigenverslagen en op de website www.rotterdam4045.nl is ontzettend veel informatie verzameld.
Een paar jaar geleden heeft de gemeente Rotterdam samen met AIR een folder met drie wandelroutes langs de brandgrens uitgebracht. Afgelopen weekend liep ik met wandelgenoot R, aan de hand van de folder, een deel van route Oost.
Miljoenen Tranen
We beginnen bij de hoek Lusthofstraat en Adamshofstraat. Het is hier niet moeilijk om in de sfeer van de gebombardeerde stad te komen. De naoorlogse flats die hier stonden zijn gesloopt en we kijken over een zanderige vlakte. We volgen de Adamshofstraat richting Oude Dijk en lopen langs de Steen der Miljoenen Tranen, een monument dat is gemaakt door Truus Menger-Oversteeger en onthuld in 1990. Is dit de plek waar op 14 mei de eerste bommen vielen? In ieder geval is een paar stappen verder, bij de hoek met de Gashouderstraat, de brandgrens duidelijk te zien. Het huis rechts is oud, het huis links is nieuw. Ook in de Sionsstraat en op het Noordeinde komen we brandgrenspanden tegen.
Jodensloot
Langs metrostation Gerdesiaweg lopen we in zuidelijke richting. We passeren een grote vijver die door de buurtkinderen de Jodensloot wordt genoemd. Waarom? De folder biedt geen antwoorden. Wel komen we te weten welke architecten de flats hier hebben ontworpen.
Aan het einde van de Libellenstraat, onderaan de Oostzeedijk, vinden we weer een mooie voorbeeld van brandgrenspanden.
Joodse begraafplaats
We klimmen de Oostzeedijk op en lopen aan tegen de grootste verrassing van deze wandeling. Het lijkt eerst zomaar een muur, begroeid met hulst. Dan ontdekt R een plakkaat op de muur: ‘Joodse begraafplaats Oostzeedijk. In 1696 aangekocht door de toenmalige Portugees-Joodse gemeente. In 1710 overgenomen door de Hoogduits-Joodse gemeente en in gebruik tot 1820.’ Geen woord rept de folder over deze bijzondere plek. De muur is te hoog, we kunnen er niet overheen kijken, maar rechts, bij de ingang van de parkeerplaats van kantoorgebouw De Admiraliteit kunnen we er wel overheen gluren. De grafstenen staan in drie rijen. Ze worden beschut door het bladerdek van esdoorns.
Brandgrensstraat
Langs de Admiraliteitskade lopen we naar het meest oostelijke deel van de Brandgrens. De Boslandstraat is een echte Brandgrensstraat. Rechts zijn de gebouwen oud, links zijn ze nieuw. We steken de Oostzeedijk weer over en zien brandgrenspanden in de Aegidiusstraat, de Adamshofstraat en de Oosmaaslaan. Door de Paulus Potterstraat lopen we terug naar de Lusthofstraat. Is dit nu ook een typische brandgrensstraat, met rechts oudbouw en links nieuwbouw of interpreteren we het verkeerd? De folder zegt hier niets over.
Onhandig formaat
De route is met de folder in de hand gemakkelijk te vinden. Ook is het handig dat de Brandgrenspanden zijn aangegeven. Als je het niet weet, vallen ze nauwelijks op. Het formaat van de folder is onhandig voor de wandelaar. Hij is te groot, onhandig open te vouwen, een windvlaag rukt hem zo mee, en op de vouwen scheurt het papier snel.
Er is gekozen voor informatie over de architectuur van de nieuwe panden, maar ik wil meer weten over het monument van Truus Menger, over Willem Ruys, over de Jodensloot en de Joodse begraafplaats op de Oostzeedijk. Ik heb behoefte aan de informatie die wel te vinden is op de website www.rotterdam4045.nl, zoals foto’s van brandgrenspanden en de plekken waar de bommen zijn ingeslagen.
Mijn droom: een handzaam boekje (formaat de LAW-boekjes), met een adequate routebeschrijving, foto’s van vroeger en heel veel relevante informatie.
De brandgrens leeft in Rotterdam. Hij is als rode lijn terug te vinden op Google Earth, er is een audiotour gemaakt met ooggetuigenverslagen en op de website www.rotterdam4045.nl is ontzettend veel informatie verzameld.
Een paar jaar geleden heeft de gemeente Rotterdam samen met AIR een folder met drie wandelroutes langs de brandgrens uitgebracht. Afgelopen weekend liep ik met wandelgenoot R, aan de hand van de folder, een deel van route Oost.
Miljoenen Tranen
We beginnen bij de hoek Lusthofstraat en Adamshofstraat. Het is hier niet moeilijk om in de sfeer van de gebombardeerde stad te komen. De naoorlogse flats die hier stonden zijn gesloopt en we kijken over een zanderige vlakte. We volgen de Adamshofstraat richting Oude Dijk en lopen langs de Steen der Miljoenen Tranen, een monument dat is gemaakt door Truus Menger-Oversteeger en onthuld in 1990. Is dit de plek waar op 14 mei de eerste bommen vielen? In ieder geval is een paar stappen verder, bij de hoek met de Gashouderstraat, de brandgrens duidelijk te zien. Het huis rechts is oud, het huis links is nieuw. Ook in de Sionsstraat en op het Noordeinde komen we brandgrenspanden tegen.
Jodensloot
Langs metrostation Gerdesiaweg lopen we in zuidelijke richting. We passeren een grote vijver die door de buurtkinderen de Jodensloot wordt genoemd. Waarom? De folder biedt geen antwoorden. Wel komen we te weten welke architecten de flats hier hebben ontworpen.
Aan het einde van de Libellenstraat, onderaan de Oostzeedijk, vinden we weer een mooie voorbeeld van brandgrenspanden.
Joodse begraafplaats
We klimmen de Oostzeedijk op en lopen aan tegen de grootste verrassing van deze wandeling. Het lijkt eerst zomaar een muur, begroeid met hulst. Dan ontdekt R een plakkaat op de muur: ‘Joodse begraafplaats Oostzeedijk. In 1696 aangekocht door de toenmalige Portugees-Joodse gemeente. In 1710 overgenomen door de Hoogduits-Joodse gemeente en in gebruik tot 1820.’ Geen woord rept de folder over deze bijzondere plek. De muur is te hoog, we kunnen er niet overheen kijken, maar rechts, bij de ingang van de parkeerplaats van kantoorgebouw De Admiraliteit kunnen we er wel overheen gluren. De grafstenen staan in drie rijen. Ze worden beschut door het bladerdek van esdoorns.
Brandgrensstraat
Langs de Admiraliteitskade lopen we naar het meest oostelijke deel van de Brandgrens. De Boslandstraat is een echte Brandgrensstraat. Rechts zijn de gebouwen oud, links zijn ze nieuw. We steken de Oostzeedijk weer over en zien brandgrenspanden in de Aegidiusstraat, de Adamshofstraat en de Oosmaaslaan. Door de Paulus Potterstraat lopen we terug naar de Lusthofstraat. Is dit nu ook een typische brandgrensstraat, met rechts oudbouw en links nieuwbouw of interpreteren we het verkeerd? De folder zegt hier niets over.
Onhandig formaat
De route is met de folder in de hand gemakkelijk te vinden. Ook is het handig dat de Brandgrenspanden zijn aangegeven. Als je het niet weet, vallen ze nauwelijks op. Het formaat van de folder is onhandig voor de wandelaar. Hij is te groot, onhandig open te vouwen, een windvlaag rukt hem zo mee, en op de vouwen scheurt het papier snel.
Er is gekozen voor informatie over de architectuur van de nieuwe panden, maar ik wil meer weten over het monument van Truus Menger, over Willem Ruys, over de Jodensloot en de Joodse begraafplaats op de Oostzeedijk. Ik heb behoefte aan de informatie die wel te vinden is op de website www.rotterdam4045.nl, zoals foto’s van brandgrenspanden en de plekken waar de bommen zijn ingeslagen.
Mijn droom: een handzaam boekje (formaat de LAW-boekjes), met een adequate routebeschrijving, foto’s van vroeger en heel veel relevante informatie.
Abonneren op:
Posts (Atom)



